peuter

10 Dingen die je beter niet tegen je kind kunt zeggen

Er zijn een aantal dingen die ouders regelmatig tegen hun kind zeggen, maar die je toch beter voor je kunt houden. Deze dingen kunnen nadelig zijn voor de relatie met je kind of voor zijn zelfvertrouwen. In deze blogpost vind je er 10.

1. Niet huilen hoor!

Door deze zin geef je je kind het gevoel dat huilen niet oké is. Dat hij niet al zijn emoties mag uiten. Je kunt je kind beter leren dat het heel normaal is om te huilen als je verdrietig bent of pijn hebt. En dat hij altijd zichzelf kan zijn en altijd bij jou terecht kan. Troost je kind, vraag waarom hij huilt en praat hier samen over.

2. Niet bang zijn

Ook met deze zin neem je de gevoelens van je kind niet serieus. Daarnaast helpt het je kind ook niet om van zijn angst af te komen. Als je kind bang is voor een draak onder zijn bed en jij antwoordt met “Niet bang zijn”, geef je je kind de boodschap dat die draak er inderdaad is. Neem de angst van je kind serieus en praat er samen over.

3. Omdat ik het zeg

Door deze zin te gebruiken, raak je in een machtsstrijd verwikkeld met je kind. Het komt jullie relatie niet ten goede en is op de lange termijn hartstikke zinloos. Leg je kind liever uit waarom hij iets moet doen of iets niet mag. Dan is de kans veel groter dat je kind jouw verzoek of grens respecteert en dat hij dit ook zal doen als jij niet in de buurt bent.

4. Ik doe het wel

Probeer eens wat meer op je handen te gaan zitten. Dit bevordert de zelfstandigheid en het zelfvertrouwen van je kind. Als het niet lukt, kun je helpende vragen stellen zoals: ‘Denk je dat het grote blokje onderop of bovenop hoort?’. Als het dan nog steeds niet lukt, kunnen jullie het samen proberen. Wedden dat je kind super trots is als hij het helemaal zelf gedaan heeft!

5. Wacht maar totdat je vader/moeder thuiskomt!

Een dreigement is meestal een teken van onmacht. Je geeft je kind de boodschap dat je geen idee hebt doe je de situatie zelf op moet lossen. Daarnaast maak je met deze vind van de andere ouder de strenge/gemene ouder. Haal liever even diep adem en ga met je kind in gesprek. Wat is er nou precies gebeurd? Waarom? Wat zijn jullie gevoelens hierbij? En hoe gaan jullie dit oplossen?

6. Niks aan de hand

Niks aan de hand? Voor jouw kind is er waarschijnlijk wel degelijk wat aan de hand ook al voelt dit voor jou anders. Een kind huilt niet voor niets. Benoem de emoties van je kind en toon hier begrip voor. Zo help je je kind zijn eigen emoties herkennen en reguleren.

7. Voorzichtig!

Kinderen houden van gevaarlijk gedrag zoals klimmen in hoge bomen. Ouders roepen dan vaak: ‘voorzichtig!’. Zonder verdere uitleg is dit woordje echter betekenisloos. Daarnaast verliest het woordje zijn impact als je het regelmatig gebruikt. Het brein is namelijk zo ingesteld dat we dingen die we vaak horen, uitfilteren. Geef in plaats van ‘voorzichtig’ te roepen concrete instructies zoals: ‘neem je tijd’, ‘remmen voor de bocht’, ‘houd afstand van je broertje’ of ‘loop maar wat langzamer’.

8. Nooit met vreemde mensen praten

Je bedoelt dit natuurlijk goed als ouder, maar wat nou als je kind verdwaald is? En wat nou als je kind onderuit is gegaan op zijn fiets en een lieve mevrouw je kind wilt helpen? Je kunt beter samen met je kind verschillende scenario’s doorspreken en je kind veilige opties geven om hulp te vragen. Bijvoorbeeld politieagenten of moeders met kinderen. 

9. Als je je bord niet leeg eet, krijg je geen toetje

Door een externe bron van motivatie toe te voegen (het toetje), vermindert de interne motivatie (zoals honger). Daarnaast komt dit een gezonde relatie met voeding én de sfeer aan tafel niet ten goede. Je kind kan het negatieve gevoel gaan koppelen aan gezond eten. Beter is het om het hoofdgerecht gewoon voor zijn neus te zetten en geen aandacht te schenken aan het wel/niet eten van je kind. Als iedereen klaar is, haal je alle borden weg, ongeacht of je kind wat heeft gegeten, en tenslotte komt er voor iedereen een toetje op tafel.

10. Goedzo!

Kinderen vinden complimenten fijn, maar uit onderzoek blijkt dat kinderen ook afhankelijk kunnen worden van jouw aanmoediging (externe motivatie) en daardoor geen eigen (interne) motivatie ontwikkelen. Geef dus niet voor alles een compliment, maak de complimenten zo specifiek mogelijk en richt je vooral op het proces in plaats van het resultaat. 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top