begrenzen

5x Grenzen stellen zonder straffen

Grenzen stellen is belangrijk. Het zorgt voor duidelijkheid en daarmee ook voor een vorm van veiligheid. Je hebt echter geen straf nodig om je kind te begrenzen. Er zijn andere manieren. Fijnere manieren. Betere manieren. In dit artikel vind je 5 voorbeelden.

Voorbeeld 1: alternatief aanbieden

Je peuter van 2 jaar barst van de energie en gooit de pannetjes uit zijn speelgoedkeukentje door de woonkamer.

Mogelijke oplossing:
Je loopt naar je kind toe en houdt het gooien fysiek tegen door zijn armen zachtjes beet te pakken. Je gaat door je knieën en maakt contact met je kind. Je geeft aan dat er niet met pannetjes gegooid mag worden, omdat de pannetjes zo stuk kunnen gaan. Vervolgens bied je een alternatief aan. Een alternatief dat de behoefte van je kind vervult (zijn energie kwijt kunnen). Je kunt je kind bijvoorbeeld een bal of pittenzakjes geven waar hij wél mee mag gooien. Je kunt ook samen met je kind een alternatief bedenken als je kind dit al begrijpt.

Blijft je kind tóch met de pannetjes gooien? Dan leg je nog een keer uit dat er niet met pannetjes gegooid mag worden, omdat ze zo stuk kunnen gaan en leg je de pannetjes bovenop een hoge kast (zodat je kind er niet bij kan). Je biedt nog een keer het alternatief aan.

Begint je kind te huilen? Dan benoem je zijn gevoel en troost je hem. Je bent er altijd voor je kind. Ook als hij boos of verdrietig is.

Je wordt niet boos, gaat niet schreeuwen, zet je kind niet apart, begint niet te dreigen etc.

Voorbeeld 2: bedenk samen een oplossing

Je bent met je peuter van 3,5 jaar uit eten en je peuter begint terwijl jullie op het eten wachten te klieren. Hij verveelt zich. Hij ramt hard met zijn bestek op tafel, trekt aan het tafelkleed, zit aan de bloemetjes op tafel te pulken etc.

Mogelijke oplossing:
Je legt het bestek terug op tafel, zet de bloemetjes een stukje opzij en vraagt snel aan je kind of het klopt dat hij zich verveelt. Als dit inderdaad zo is, ga je samen op zoek naar een oplossing. Het is namelijk niet redelijk om van een 3-jarige te vragen dat hij een flinke poos stil op een stoel zit terwijl hij niks te doen heeft. Hoe kunnen jullie ervoor zorgen dat hij zich niet meer verveelt én alles heel laat? Is er speelgoed in het restaurant? Kunnen jullie een spelletje spelen? Kan je kind desnoods even een filmpje kijken op een telefoon?

Je neemt dus je verwachtingen onder de loep (is het reëel dat je dit verwacht?), kijkt wat de behoefte achter het gedrag van je kind is en zoekt samen naar een oplossing. Dat werkt veel beter dan dingen roepen als “Houd daarmee op!” en “Doe niet zo vervelend!”.

Voorbeeld 3: heroverweeg je verzoek

Je dochter van 8 jaar wil haar kamer niet opruimen. Ze antwoordt ‘nee’ op de vraag of zij haar kamer op wil ruimen en gaat dan boos, met haar armen over elkaar, op de bank zitten.

Mogelijke oplossing:
Vraag je eerst af hoe redelijk je verzoek is. Waarom zou je dochter de enige ruimte die van haar is op moeten ruimen? Waarom moet die kamer aan jóuw standaard voldoen? Ga vervolgens samen in gesprek. Waarom wil je dochter haar kamer niet opruimen?
Kijk of je samen een oplossing kunt bedenken. Misschien is een goede compromis om alle vieze was in de wasmand te gooien, eventuele etensresten in de prullenbak en de rest te laten liggen.

Ga niet dreigen met dingen als “Je gaat niet naar buiten totdat je kamer is opgeruimd” of “Als jij je spullen niet opruimt, gooi ik ze in de prullenbak”. Dit is manipulatief.

Voorbeeld 4: geef een keuze

Je peuter wil ab-so-luut zijn tanden niet poetsen. Hij roept “Nee, nee, nee” en rent weg.

Mogelijke oplossing:
Sommige dingen moeten nou eenmaal of je kind nou wil of niet. Leg die tandenborstel even aan de kant en zorg dat je kind weer tot rust komt. Leg je kind uit waarom het zo belangrijk is dat zijn tanden gepoetst worden. Overleg vervolgens hóe jullie het gaan doen. Geef je kind een keuze. Bijvoorbeeld tussen tandenpoetsen in de badkamer of in de slaapkamer. Tussen tandenpoetsen met de kleine of met de grote tandenborstel. Of tussen eerst zelf poetsen en dan mama/papa of andersom. Zo geef je je kind een gevoel van autonomie.

Probeer boos worden, dreigen en straffen te vermijden.

Voorbeeld 5: natuurlijke consequenties

Je gaat een boodschapje doen samen met je peuter terwijl het buiten vriest. Je wil dat je kind zijn jas aantrekt, omdat het buiten koud is. Je kind weigert dit.

Mogelijke oplossing:
Laat je kind de natuurlijke consequenties ervaren. Stop de jas van je kind in een tas en ga samen naar buiten. Maak er geen strijd van. Je kind zal snel ervaren dat het echt koud is en dat het fijner is om een jas aan te hebben in de kou. Als je kind zijn jas wél aan wil, geef de jas dan ook. Peuters kunnen namelijk moeilijk de gevolgen van hun gedrag overzien. Op dit moment géén jas geven, zou straffen zijn.
De kans is groot dat je kind de volgende keer binnen zijn jas binnen al aantrekt als jij aangeeft dat het buiten koud is.

Conclusie

Probeer strijd te vermijden. Ga samen in gesprek, zoek de behoefte achter het gedrag, neem je verwachtingen onder de loep, bied een alternatief, geef je kind een keuze, gebruik humor, laat je kind de natuurlijke consequenties ervaren… Er is zoveel mogelijk wat veel fijner, maar ook leerzamer is dan straf!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top