• Femke van Kilsdonk

4x Begrenzen binnen onvoorwaardelijk ouderschap

Een groot misverstand over onvoorwaardelijk ouderschap is dat het grenzeloos is. Binnen onvoorwaardelijk ouderschap zijn er wel degelijk regels, grenzen en consequenties, ondanks dat er niet aan straffen en belonen wordt gedaan. In deze blogpost vind je 4 voorbeelden van manieren om je kind te begrenzen op een onvoorwaardelijke manier.


Onvoorwaardelijk ouderschap in een notendop

Kort samengevat is de kern van onvoorwaardelijk ouderschap dat je onvoorwaardelijk van je kind houdt en dit ook aan je kind laat zien. Je verbindt geen voorwaarden aan jouw liefde en aandacht en doet dus niet aan straffen en belonen. Er zijn wel grenzen! Ongewenst gedrag los je op door samen te werken, te praten en je kind de natuurlijke consequenties van zijn gedrag te laten ervaren. Meer informatie over onvoorwaardelijk ouderschap vind je hier.


Situatie 1

Je peuter van 2 jaar barst van de energie en gooit de pannetjes uit zijn speelgoedkeukentje door de woonkamer.


Zo los je dit op volgens OO (onvoorwaardelijk ouderschap):

Je loopt naar je kind toe en houdt het gooien fysiek tegen door zijn armen zachtjes beet te pakken. Je gaat door je knieën en maakt contact met je kind. Je geeft aan dat er niet met pannetjes gegooid mag worden, omdat de pannetjes zo stuk kunnen gaan. Vervolgens bied je een alternatief aan. Een alternatief dat de behoefte van je kind vervult (zijn energie kwijt kunnen). Je kunt je kind bijvoorbeeld een bal of pittenzakjes geven waar hij wél mee mag gooien. Je kunt ook samen met je kind een alternatief bedenken als je kind dit al begrijpt.


Blijft je kind tóch met de pannetjes gooien? Dan leg je nog een keer uit dat er niet met pannetjes gegooid mag worden, omdat ze zo stuk kunnen gaan en leg je de pannetjes bovenop een hoge kast (zodat je kind er niet bij kan). Je biedt nog een keer het alternatief aan.


Begint je kind te huilen? Dan benoem je zijn gevoel en troost je hem. Je bent er altijd voor je kind. Ook als hij boos of verdrietig is.


Je wordt niet boos, gaat niet schreeuwen, zet je kind niet apart, begint niet te dreigen etc.


Situatie 2

Je bent met je kleuter van 4 jaar uit eten en je kleuter begint terwijl jullie op het eten wachten te klieren, omdat hij zich verveelt. Hij ramt hard met zijn bestek op tafel, trekt aan het tafelkleed, zit aan de bloemetjes op tafel te pulken etc.


Zo los je dit op volgens OO:

Je legt het bestek terug op tafel, zet de bloemetjes een stukje opzij en vraagt snel aan je kind of het klopt dat hij zich verveelt. Als dit inderdaad zo is, ga je samen op zoek naar een oplossing. Het is namelijk niet redelijk om van een 4-jarige te vragen dat hij een flinke poos stil op een stoel zit terwijl hij niks te doen heeft. Hoe kunnen jullie ervoor zorgen dat hij zich niet meer verveelt én alles heel laat? Is er speelgoed in het restaurant? Kunnen jullie een spelletje spelen? Kan je kind desnoods even een filmpje kijken op een telefoon?


Je neemt dus je verwachtingen onder de loep (is het reëel dat je dit verwacht?), kijkt wat de behoefte achter het gedrag van je kind is en zoekt samen naar een oplossing. Dat werkt veel beter dan dingen roepen als "Houd daarmee op!" en "Doe niet zo vervelend!".


Situatie 3

Je dochter van 8 jaar wil haar kamer niet opruimen. Ze antwoordt 'nee' op de vraag of zij haar kamer op wil ruimen en gaat dan boos, met haar armen over elkaar, op de bank zitten.


Zo los je het op volgens OO:

Vraag je eerst af hoe redelijk je verzoek is. Waarom zou je dochter de enige ruimte die van haar is op moeten ruimen? Waarom moet die kamer aan jóuw standaard voldoen? Ga vervolgens samen in gesprek. Waarom wil je dochter haar kamer niet opruimen?

Kijk of je samen een oplossing kunt bedenken. Misschien is een goede compromis om alle vieze was in de wasmand te gooien, eventuele etensresten in de prullenbak en de rest te laten liggen.


Ga niet dreigen met dingen als "Je gaat niet naar buiten totdat je kamer is opgeruimd" of "Als jij je spullen niet opruimt, gooi ik ze in de prullenbak". Dit is manipulatief.


Situatie 4

Je peuter wil ab-so-luut zijn tanden niet poetsen. Hij roept "Nee, nee, nee" en rent weg.


Zo los je het op volgens OO:

Sommige dingen moeten nou eenmaal of je kind nou wil of niet. Leg die tandenborstel even aan de kant en zorg dat je kind weer tot rust komt. Leg je kind uit waarom het zo belangrijk is dat zijn tanden gepoetst worden. Overleg vervolgens hóe jullie het gaan doen. Geef je kind een keuze. Bijvoorbeeld tussen tandenpoetsen in de badkamer of in de slaapkamer. Tussen tandenpoetsen met de kleine of met de grote tandenborstel. Of tussen eerst zelf poetsen en dan mama/papa of andersom. Zo geef je je kind een gevoel van autonomie.


Probeer boos worden, dreigen en straffen te vermijden.


Conclusie

Kernwoorden/zinnen binnen onvoorwaardelijk ouderschap zijn dus: wederzijds respect, behoeften, emoties, praten, reëele verwachtingen, samenwerken, overleggen en uitleggen. Volgens Kohn valt iedere situatie op die manier op te lossen en is straffen onnodig en ongewenst (en belonen trouwens ook).


Wat vind jij van onvoorwaardelijk ouderschap? Hoe begrens jij je kind?